Uitgangspunt bij het ontwerp van dit gebouw, aan de noordkant van het Academisch Ziekenhuis, was de wens om verschillende functies te hunnen huisvesten. Tevens was een gefaseerde bouw gewenst. Als eerste was de huisvesting van een 1,5 tesla MRI wenselijk. Enige tijd later gaf het Ministerie toestemming om een dependance van het Radiotherapeutisch Instituut Limburg te bouwen. De afsluitende fase was de bouw -de voornoemde functies waren reeds in gebruik genomen- van een facilitair gebouw, waarin verschillende diensten van zowel het AZM als van de Universiteit een plek kregen. De begane grond, met de patiënt-gerichte functies, is zodanig vormgegeven dat deze een zelfstandigheid uitdrukt. Om deze zelfstandigheid te respecteren is de 1e verdieping transparant en terugliggend en vormt als het ware een scheiding tussen de onderste laag en de daar bovengelegen volumina. Door de spiegeling van de lucht in het glas wordt dit versterkt. Het totale volume wordt door twee tussen zones, de entree-zones, in drie blokken gedeeld. De terugliggende gevels op de 5e verdieping en de ver overstekende dakranden beëindigen zowel het gebouw als ook de openbare ruimte in verticale richting. De materialisatie is abstract en aansluitend aan de reeds bestaande bebouwing. Door toepassing van de vliesgevels voor de terugliggende gevels en stucwerk voor bijzondere elementen wordt de strenge hoofdopzet gerelativeerd, zodat er een levendig en begrijpbaar gebouw is ontstaan.