Rijksgebouwendienst en het Ministerie van Justitie besloten in 1991 de nieuwe rechtbank van Maastricht onder te brengen in het oudste deel van het voormalige Annadalziekenhuis. Dat complex, in de jaren veertig aan de toenmalige zuid-/westelijke rand van de stad Maastricht, is in carrés gebouwd en kent een architectonische symmetrie-as. Ten zuiden van die as waren de patiëntenafdelingen gelegen, aan de noordzijde waren de dienstafdelingen ondergebracht. De symmetrie-as was dus eigenlijk veeleer een scheidslijn. Het programma van eisen van de rechtbank was goed onder te brengen in dit oude systeem. Een ziekenhuis bevat per definitie een grote reeks relatief kleine vertrekken aan lange verbindingsgangen, uitstekend te herbestemmen tot kantoorvertrekken. De plattegronden van het Annadalcomplex vormt een dubbel H; in de poten daarvan is het werkgebied van de rechtbank ondergebracht, strikt gescheiden van het voor het publiek toegankelijke centrale deel: de tot publieke hal gepromoveerde eerste binnentuin. Deze nieuwe "salle des pas perdus" geeft het publiek toegang tot de rondom gelegen zittingzalen. Twee principes hebben bij het vormgeven een rol gespeeld. Het eerste betrof het handhaven en bewaken van de oorspronkelijke Delftse School architectuur. Weliswaar is er sprake van krachtige ingrepen in de bestaande gebouwen, maar de wijze waarop deze zijn gepleegd, is ontleend aan de oorspronkelijk vormgeving. Het tweede betrof toevoegingen in de taal van onze tijd. Met name behoren de afdekking van de centrale hal hiertoe en de aan het complex toegevoegde trappenhuizen en luifels. De gemetselde gevels zijn wit geschilderd; een gewoonte die in Limburg vaak voorkwam bij herbestemming van een gebouw, maar ook een veel gebruikt architectonisch middel van de Delftse School.